CBM home - Contact
Over CBMPublicatiesVoordeelregelingenVraag en AanbodIncassodienstBureau & BestuurAgenda
Zoek op trefwoord

Zoek bedrijf
Thema's
Arbo/Milieu/KwaliteitBedrijfskundigFinancieel en FiscaalJuridische Zaken P&O
Login pagina
CBM Ledennet  > Juridische Zaken  > CAO faq



Veelgestelde vragen over de CAO:

CAO: Veelgestelde vragen
>> Looptijd CAO
>> Loonsverhogingen 2008-2010
>> Vergoedingen per 1 juli 2008
>> Collectieve Snipperdagen
>> Kraamverlof vader
>> Opbouw vakantiedagen tijdens ziekte
>> Reservedagen en afkoop roostervrije dagen
>> Sanctie 3e en volgende ziekmelding
>> Vakantiedagen
>> Vroegpensioen
>> Loondoorbetaling bij ziekte in geval van eigen schuld of toedoen

Looptijd CAO
De looptijd van de huidige CAO is van 1 juli 2008 tot en met 30 juni 2010.


Loonsverhogingen 2008-2010

  • 1 oktober 2008         1,15% structureel
  • 1 januari 2009          1% structureel
  • 1 juni 2009               1,35% structureel
  • 1 oktober 2009         1,15% structureel
  • 1 januari 2010          1% structureel
  • 1 juni 2010               1,35 % structureel

Vergoedingen per 1 juli 2008
De vergoeding voor het gebruik van een eigen vervoermiddel ten behoeve van opgedragen karweiwerkzaamheden (artikel 21 lid 2 CAO0 wordt met ingang van 1 juli 2008 € 0,31 bruto per km en per 1 juli 2009 € 0,32 bruto per km.
De gedetacheerde werknemer, zoals genoemd in artikel 8 lid 2, zal per 1 juli 2008 voor zijn meerdere reiskosten in verband met woon-werkverkeer (de kosten voor de kilometers boven het reguliere woon-werkverkeer) een kilometervergoeding ontvangen die is gelijkgesteld aan het fiscaal-vrijgestelde bedrag.


Collectieve Snipperdagen
De werkgever kan alleen met inachtneming van hetgeen is bepaald in artikel 36 drie collectieve snipperdagen per vakantiejaar vaststellen. Deze beslissing zal voor alle werknemers verbindend zijn. Indien over geen enkele dag overeenstemming is te bereiken, is de werkgever bevoegd ten hoogste één collectieve snipperdag vast te stellen.Tegen een dergelijke beslissing kunnen de werknemers via de Vakverenigingen in beroep gaan bij de Vakraad. Daarnaast kan de werkgever één vakantiedag als collectieve snipperdag aanwijzen in de periode gelegen tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren. Tenslotte geldt ook jaarlijks 5 mei als collectieve snipperdag, indien deze dag valt op een werkdag. In dat geval wordt deze collectieve snipperdag ten laste van het totale aantal vakantiedagen in het betreffende vakantiejaar gebracht. Indien sprake is van een lustrumviering van Nationale Bevrijdingsdag zal deze collectieve snipperdag niet ten laste van het totaal aantal vakantiedagen in het desbetreffende vakantiejaar worden gebracht.


Kraamverlof vader
Na de bevalling van de echtgenote, de geregistreerde partner, de persoon met wie hij ongehuwd samenwoont of degene van wie hij het kind erkent, heeft de werknemer gedurende een tijdvak van vier weken recht op verlof met behoud van loon voor twee dagen waarop hij arbeid pleegt te verrichten. Het recht bestaat vanaf de eerste dag dat het kind feitelijk op hetzelfde adres als de moeder woont.

De dag van bevalling wordt aangemerkt als calamiteitenverlof, mits de bevalling plaatsvindt op een werkdag.


Opbouw vakantiedagen tijdens ziekte

  1. De werknemer verwerft geen aanspraak op vakantie over de tijd gedurende welke hij wegens het niet-verrichten van de bedongen arbeid geen aanspraak op loon heeft.
  2. Het onder a bepaalde is niet van toepassing wanneer niet wordt gewerkt wegens:
    • arbeidsongeschiktheid, tenzij deze door de werknemer met opzet is veroorzaakt;
    • het naleven van een wettelijke verplichting of een verbintenis ten aanzien van 's Lands verdediging of ter bescherming van de openbare orde, niet zijnde opkomstplicht voor de eerste oefening;
    • het genieten van verlof (in een vorige dienstbetrekking verworven doch niet opgenomen vakantie);
    • het met toestemming van de werkgever deelnemen aan bijeenkomsten of cursussen, georganiseerd door de Vakvereniging waarvan de werknemer lid is;
    • onvrijwillige werkloosheid (tijdelijke werktijdverkorting);
    • zwangerschap of bevalling.
  3. In geval van arbeidsongeschiktheid worden aanspraken op vakantie verworven over de laatste 6 maanden waarin de arbeid niet werd verricht. Tijdvakken, die elkaar met onderbreking van minder dan een maand opvolgen, worden daarbij samengesteld.
  4. Voor werknemers, die wegens arbeidsongeschiktheid slechts gedurende een gedeelte van de tijd de bedongen arbeid niet verrichten, geldt het onder c bepaalde niet. Zij bouwen vakantiedagen op in verhouding tot de gewerkte tijd.
  5. De onder b verworven aanspraken vervallen indien de dienstbetrekking door de werknemer binnen 2 jaar wordt beëindigd alvorens de arbeid is hervat, tenzij het vervallen van die aanspraken in gevallen waarin de werknemer een uitkering krachtens de WAO geniet door de Vakraad onredelijk wordt geacht.
  6. De werknemer verwerft aanspraken op vakantie over de tijd welke hij besteedt aan het volgen van onderricht, waartoe hij krachtens de wet of ingevolge de CAO door de werkgever in de gelegenheid moet worden gesteld. Deze bepaling geldt niet voor partieel leerplichtigen (zie artikel 3).
  7. Dagen of gedeelten van dagen, waarop de werknemer wegens redenen als genoemd onder b, onder g en in lid 19 onder a verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten, gelden niet als vakantie.

Reservedagen en afkoop roostervrije dagen
In de CAO is bepaald dat een aantal van de roostervrije dagen kan worden aangewezen als reservedagen (artikel 22 lid 3). Partijen zijn een uitbreiding van het aantal reservedagen overeengekomen. Hieronder is weergegeven het (reeds bestaande) aantal roostervrije dagen en het nieuwe aantal reservedagen behorende bij de duur van de werkdag in de onderneming:

  • 8-urige werkdag        19 roostervrije dagen;    waarvan 8 reservedagen
  • 7,75-urige werkdag    12 roostervrije dagen;   waarvan 6 reservedagen
  • 7,5-urige werkdag       5 roostervrije dagen;    waarvan 4 reservedagen
Partijen zijn overeengekomen dat werkgever en werknemer jaarlijks kunnen afspreken dat de werkgever, indien hij dit wil, zijn roostervrije dagen, of een deel daarvan, verkoopt aan de werkgever. De prijs voor een dag bedraagt het uurloon, zoals bepaald in artikel 5 CAO, vermenigvuldigd met het aantal uren op de werkdag in de onderneming. Alle roostervrije dagen kunnen worden verkocht aan de werkgever, met uitzondering van de dagen die zijn aangewezen als reservedag.

Sanctie 3e en volgende ziekmelding
Per 1 januari 2006 geldt de volgende regeling bij ziekmeldingen. Bij elke derde en volgende ziekmelding per kalenderjaar met ingang van 1 januari 2006 geldt dat de uitkering gedurende maximaal vier weken gelijk is aan 90% van het naar tijdruimte vastgestelde loon, voor zover het loon niet meer bedraagt dan het maximum dagloon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering. Het voorgaande lijdt uitzondering indien de arbeidsongeschiktheid naar het oordeel van de bedrijfsarts het gevolg is van een bedrijfsongeval of een chronische ziekte.


Vakantiedagen

  1. Op jaarbasis zijn er 24 vakantiedagen. Het vakantiejaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
  2. Werknemers van 55 jaar en ouder krijgen 6 extra vakantiedagen per jaar. Deze laatst genoemde werknemers kunnen niet worden verplicht tussen Kerstmis en Oud en Nieuw te werken.
  3. De werknemer die de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt en daarna blijft doorwerken heeft, onverminderd hetgeen is bepaald in het vorige lid, vanaf 1 april 2003 elk jaar recht op 1 extra vakantiedag per vakantiejaar gedurende welke de werknemer zijn arbeid blijft verrichten na zijn 61e jaar, met een maximum van 4 dagen. Dus voor een werknemer van 61 jaar ontstaat recht op 1 extra vakantiedag, voor de werknemer van 62 recht op 2 extra vakantiedagen, voor de werknemer van 63 recht op 3 extra vakantiedagen en voor de werknemer van 64 recht op 4 extra vakantiedagen.
  4. De werknemer verwerft zodra hij 25 jaar, respectievelijk 40 jaar, in dienst is van dezelfde werkgever, per volledig vakantiejaar aanspraak op 2, respectievelijk 3 werkdagen extra vakantie per volledig vakantiejaar.

Vroegpensioen

  1. De nieuwe pensioenregeling is een solidaire en collectieve regeling met pensioenleeftijd 65 jaar.
  2. Door vervroeging van de pensioenleeftijd bestaat de mogelijkheid om eerder met pensioen te gaan. Voor de huidige deelnemers is een pensionering op 62 jaar mogelijk met in de meeste gevallen een uitkering ter grootte van 70% van het pensioengevend loon. Voor werknemers met een maximale deelnemingstijd geldt dit in alle gevallen.
  3. Voor deelnemers die op 1 januari 2005 55 jaar of ouder waren, geldt een overgangsregeling. De vroegste leeftijd om met een 70% uitkering te kunnen stoppen, gaat geleidelijk omhoog naar 62 jaar.
Geboortejaar uittreedleeftijd met 70%-uitkering
  • 1946  60 jaar
  • 1947  60,5 jaar
  • 1948  61 jaar
  • 1949  61,5 jaar
  • 1950  62 jaar

Loondoorbetaling bij ziekte in geval van eigen schuld of toedoen
CAO-partijen zijn overeengekomen dat de loondoorbetaling in geval van ziekte door eigen schuld of toedoen, gedurende de eerste 52 weken mag worden beperkt tot 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon. De overeenkomen tekst in dit verband luidt als volgt:

"Van arbeidsongeschiktheid door eigen schuld of toedoen is sprake indien door een bedrijfsarts is vastgesteld dat de arbeidsongeschiktheid een gevolg is van activiteiten waarvan de werkgever verschillende malen schriftelijk heeft aangegeven dat werknemer deze dient te staken omdat deze in het verleden zodanige schade toebrachten aan werknemer dat arbeidsongeschiktheid ontstond."


Juridische Zaken
mr. Dick Roodenrijs
mr. Heleen Hègï
mr. Allard Moolenaars
Annemarie Heijne en
Marjolein Hoogerwaard, secr.

T 023 515 88 42
E jur@cbm.nl