Het maken van mooie interieurs en meubelen begint bij een goede vakman. De markt trekt weer aan en over niet te lange tijd gaan honderden vakmensen per jaar met pensioen. Dus investeren in de toekomst is belangrijk. Om vakmanschap te kunnen leveren, ongeacht veranderingen en vernieuwingen in de branche, is het van belang dat medewerkers zich blijven ontwikkelen.

Daarnaast kan het zelf opleiden van jongeren een mogelijkheid zijn om vakmanschap binnen het bedrijf te bevorderen. Stages of leerwerkplekken kun je op eigen houtje aanbieden of met andere bedrijven samen via een Samenwerkingsverband. Een Samenwerkingsverband is een vereniging of stichting van bedrijven, die gezamenlijk jongeren opleiden tot meubelmaker, interieurbouwer of machinaal houtbewerker. Jongeren krijgen de gelegenheid om kennis te maken met bedrijven uit de interieurbouw en meubelindustrie. Werkgevers krijgen de gelegenheid om jonge werknemers te vormen, die wellicht na het behalen van de diploma’s kunnen doorstromen naar het bedrijf. Op die manier weet de werkgever precies wie hij in huis haalt.

Bedrijven krijgen straks een grote behoefte aan nieuwe en jonge meubelmakers en interieurbouwers. Dus start met het opleiden van jongeren!

Wat zijn de voordelen van het Samenwerkingsverband?

  • Het Samenwerkingsverband sluit een arbeidsovereenkomst af met de leerling, niet het bedrijf.
  • De periode dat de leerling in het bedrijf werkt kan verschillen van 3 maanden tot de volledige vakopleiding van 4 jaar. Dit kan in overleg met de coördinator.
  • Alleen de daadwerkelijk gewerkte uren binnen het bedrijf worden doorberekend. Bij ziekte of vakantie ontvangt de leerling wel salaris, maar deze dagen worden niet doorberekend. Het Samenwerkingsverband neemt deze uren voor haar rekening.
  • Mocht er geen match zijn tussen bedrijf en leerling, dan kan er gewisseld worden.
  • Het is mogelijk om zelf een leerling te kiezen.
  • Bij minder werk is het mogelijk dat een leerling tijdelijk naar een ander bedrijf gaat of naar de leerwerkplaats.
  • Als een leerbedrijf geen volledige erkenning heeft en dus maar een deel van de opleiding kan aanbieden, wordt de rest van de opleiding via de leerwerkplaats of via een ander bedrijf aangeboden.
  • De leerling kan naar de leerwerkplaats gaan voor extra bijscholing of voor bijvoorbeeld een cursus CNC. Het Samenwerkingsverband neemt deze kosten voor haar rekening.
  • Het Samenwerkingsverband betaalt de Vakvaardigheidstoets (examen).
  • Voorbereidingen en/of onderdelen van de Proeve van Bekwaamheid (eindtoets) kunnen plaatsvinden op de leerwerkplaats.
  • De coördinator van het Samenwerkingsverband ondersteunt en begeleidt de leerlingen. Mocht het niet goed gaan op school of in het bedrijf, dan voert de coördinator de gesprekken met de leerling.

Meer informatie

Adviseurs

Maureen van Klooster
Samenwerkingsverband
  023 515 88 30
mail mij