WORD LID BEL ONS MAIL ONS

Vergeet de aanzegverplichting niet!

Onderstaande uitspraak van de Rechtbank Oost Brabant illustreert dat het niet in achtnemen van de aanzegverplichting vrijwel in alle gevallen leidt tot een boete voor de werkgever.
De aanzegverplichting voor de werkgever is met de Wet werk en zekerheid per 1 januari 2015 ingevoerd. De werkgever dient uiterlijk een maand voor afloop van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zes maanden of langer schriftelijk aan te geven of de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet of niet.

Bij voortzetting moet ook schriftelijk worden aangegeven onder welke voorwaarden de overeenkomst wordt voortgezet. De werkgever kan tegelijkertijd met het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd al aan zijn aanzegverplichting voldoen. Over de periode dat de werkgever te laat aan de aanzegverplichting voldoet, is een boete verschuldigd gelijk aan het loon over de periode dat de werkgever te laat was.

Intrekking aanbod tot verlenging door werkgever leidt tot niet-nakoming aanzegverplichting
Ook in het geval dat de werkgever de arbeidsovereenkomst aanvankelijk wenst voort te zetten doch dit niet daadwerkelijk leidt tot voortzetting van de arbeidsovereenkomst dan dient de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tijdig te worden aangezegd door de werkgever.

Voorbeeld – feiten
Werkneemster is op 10 november 2014 bij TOM in dienst getreden in de functie van medewerker customer support. In de tussen partijen ondertekende arbeidsovereenkomst is onder meer het volgende bepaald: ‘De dienstbetrekking is aangegaan voor de tijd van 1 jaar ingaande op 10-11-2014 en derhalve van rechtswege eindigende op 09-11-2015’. Begin oktober 2015 heeft TOM werkneemster een aanbod gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te verlengen van 9 november 2015 tot 9 oktober 2016. Op 19 oktober 2015 heeft werkneemster zich ziek gemeld bij TOM. Op 23 oktober 2015 is zij weer op haar werk verschenen en om 9.15 uur diezelfde dag heeft zij zich weer ziek gemeld en is zij naar huis gegaan. Per e-mailbericht van 23 oktober 2015 heeft TOM werkneemster laten weten dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd en derhalve per 9 november 2015 van rechtswege zal eindigen.

Voorbeeld – verzoek
Werkneemster verzoekt TOM te veroordelen tot betaling van een vergoeding van € 938,95 bruto, wegens het niet nakomen van de aanzegverplichting als bedoeld in artikel 7:668 lid 1 BW.

Werkneemster stelt dat zij begin oktober 2015 van TOM een concept arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd overhandigd heeft gekregen voor een verlenging van haar arbeidsovereenkomst per 9 november 2015 tot 9 oktober 2016. Voordat zij tot ondertekening van de arbeidsovereenkomst is overgegaan heeft TOM bij e-mailbericht van 23 oktober 2015 het aanbod tot verlenging ingetrokken en haar laten weten dat de arbeidsovereenkomst per 9 november 2015 van rechtswege zou eindigen.

De aanzegging tot het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst heeft haar op 23 oktober 2015 bereikt. Gegeven het eindigen van de arbeidsovereenkomst op 9 november 2015 is dat 14 dagen te laat. Reden waarom werkneemster aanspraak maakt op een vergoeding wegens het schenden van de aanzegverplichting van ½ maand x € 1.877,89 = € 938,95 bruto.

Voorbeeld – beoordeling
De kantonrechter stelt vast dat TOM werkneemster begin oktober 2015 een aanbod heeft gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te verlengen van 9 november 2015 tot 9 oktober 2016. De kantonrechter stelt voorts vast dat het TOM is geweest die heeft besloten om de arbeidsovereenkomst toch niet te verlengen.

Ook in het geval dat de werkgever de arbeidsovereenkomst aanvankelijk wenst voort te zetten doch dit niet daadwerkelijk leidt tot voortzetting van de arbeidsovereenkomst dan dient de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tijdig te worden aangezegd door de werkgever.

De aanzegging door TOM heeft werkneemster op 23 oktober 2015 bereikt en op 9 november 2015 is de arbeidsovereenkomst van rechtswege geëindigd. Dit betekent dat TOM werkneemster niet tijdig (dat wil zeggen: uiterlijk één maand voor het aflopen van de bepaalde tijd) heeft geïnformeerd over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst.

Uit lid 3 van artikel 7:668 BW volgt dat indien de werkgever deze aanzegverplichting in het geheel niet is nagekomen hij aan de werknemer een vergoeding verschuldigd is gelijk aan het bedrag van het loon voor één maand. Is de werkgever de verplichting niet tijdig nagekomen, dan is hij aan de werknemer een vergoeding naar rato verschuldigd.

De kantonrechter wijst de vordering van werkneemster toe.

Rechtbank Oost-Brabant 9 maart 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:1526 (datum publicatie: 4 april 2016)

Bron: OpMaat Arbeidsrecht

 

Adviseurs

Dick Roodenrijs
Juridische zaken, pensioen en arbeidsvoorwaarden.
  023 515 88 42
mail mij