De Europese Houtverordening moet er voor zorgen dat er geen illegaal hout meer op de Europese markt komt. Deze wetgeving betreft iedereen die hout of houtproducten importeert, koopt of verkoopt in Europa. In de Verordening staat dat het om al het hout gaat, behalve gerecycled hout (“die hun levenscyclus hebben voltooid en anders zouden worden verwijderd als afval”). Er wordt geen minimum genoemd.

Eisen aan ‘marktdeelnemers’ (operators)
Degene die als eerste een partij hout of een houtproduct in Europa invoert, de marktdeelnemer, moet aan kunnen tonen dat het hout legaal verkregen is. Dit kan een houthandelaar zijn, maar ook een meubelfabrikant die een meubel (of een onderdeel) met daarin hout verwerkt voor het eerst op de Europese markt brengt. Denk bijvoorbeeld aan bedrijven met een productielocatie buiten de EU of een handelsmaatschappij die van buiten EU importeert! De marktdeelnemer moet zich er middels het hanteren van een stelsel van zorgvuldigheidseisen (due diligence) van verzekeren dat het hout van legale herkomst is. Dit moet onder andere door onderzoek naar de houtsoort, het land van herkomst en de transparantie van de keten. Verder moet je je ervan verzekeren dat je voor het betreffende land over de juiste documenten beschikt. Deze informatie moet je vijf jaar bewaren. Een monitoringorganisatie zou kunnen helpen bij het ontwikkelen van een stelsel van zorgvuldigheidseisen. Op dit moment is er nog geen geaccrediteerde monitoringorganisatie. Gecertificeerd hout van bijvoorbeeld FSC of PEFC voldoet op dit moment niet volledig aan de eisen in de Verordening. FSC of PEFC zeggen vooral iets over de duurzaamheid en te weinig over de legaliteit in de zin van de eisen uit de Verordening. Bij twijfel over herkomst en legaliteit van het hout wordt afgeraden te importeren.

Eisen aan ‘handelaren’ (traders) zoals meubelfabrikanten en interieurbouwers
Handelaren zijn degenen die het hout of de houtproducten verhandelen, bijvoorbeeld meubelfabrikanten en interieurbouwers. Handelaren moeten een administratie bijhouden van hun leveranciers en afnemers. Deze informatie moet minimaal vijf jaar worden bewaard. Het opvragen van een verklaring bij de houthandelaar dat het hout legaal is, wordt in de verordening niet genoemd. Op dit moment lijkt het erop dat niet per product hoeft te worden bijgehouden welke houtsoorten zijn gebruikt en waar ze vandaan komen. Verstrekken van informatie aan de eindgebruiker, de consument, is niet noodzakelijk.

Handhaving van de Verordening
De Verordening is op 3 maart 2013 ingegaan. Alle houten producten die vanaf dan (fysiek) in de EU worden ingevoerd vallen onder de Verordening. Vanaf dan moeten marktdeelnemers ook een stelsel van zorgvuldigheidseisen in werking hebben. De Nederlandse VWA controleert de EU-houtverordening en kan een maximale boete van € 76.000,- opleggen. De NVWA werkt samen met de douane. Verder heeft de NVWA zich voorgenomen meer bekendheid aan de Verordening te geven. De NVWA heeft in de bijeenkomst van 4 februari 2013, bij Universiteit Nijenrode aangegeven voor controles hetzelfde beleid als Inspectie SZW (voormalige Arbeidsinspectie) te hanteren: “zacht waar het kan, hard waar het moet”. Dit ook omdat er nog enige onduidelijkheid over de toepasbaarheid van de Verordening is.

Meer informatie:

Adviseurs

Nelleke Versloot
Arbo, milieu & MVO
  023 - 515 88 60
mail mij